Kleine sessies – ochtend

  • Marjan van den Akker, hoogleraar polyfarmacie en zorgonderzoek
  • Erik Bischoff, huisarts en onderzoeker astma en COPD

Met Nederlandse best practices zoekt u praktische oplossingen om mensen met multimorbiditeit hulp op maat te kunnen bieden.

Steeds meer mensen hebben gedurende hun leven meerdere chronische aandoeningen. Meer dan 60% van de Nederlanders van 65 jaar en ouder heeft multimorbiditeit: 2 of meer chronische ziekten. Multimorbiditeit gaat vaak gepaard met multiproblematiek en polyfarmacie, heeft invloed op ziektelast en therapietrouw, en vergroot het risico op over- en onderbehandeling. Mensen met multimorbiditeit hebben vaak ook problemen in het sociale en psychische domein.

We zijn als huisartsen de aangewezen partij om maatwerk te bieden, maar de dagelijkse praktijk is weerbarstig. We werken met ziektespecifieke standaarden en ketenzorgprotocollen en onze consulttijd is kort. Dit maakt multimorbiditeit voor veel huisartsen eerder moeilijk dan een makkie.

Hoe het anders kan, leert u in deze workshop. Wij dagen u uit om mee te denken over het omgaan met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, prikkelen uw verbeelding met Nederlandse best practices en zoeken samen naar de voor u praktisch toepasbare oplossingen. Aan het einde van deze workshop heeft u genoeg kennis en inspiratie om de zorg voor uw patiënten met multimorbiditeit de volgende werkdag al te verbeteren.

  • Suzanne Kuyper, orthopedagoog en GZ-psycholoog

In deze sessie leert u over effectieve communicatie met en afstemming op patiënten met  een lichte verstandelijke beperking: wat is LVB eigenlijk, hoe communiceert u het beste en hoe stemt u de zorg af op hen?

Een goede afstemming op de patiënt in de spreekkamer vraagt extra aandacht wanneer die persoon problemen heeft door een lichte verstandelijke beperking (LVB). Deze workshop gaat over deze grote groep kwetsbare mensen, die in onze snelle digitale maatschappij steeds meer moeite heeft om mee te doen.

Maar wat betekent ‘licht’ in LVB? Hoe herkent u LVB? Wat zegt een IQ-cijfer, gesteld dat u dit van uw patiënten zou weten? Mensen met LVB beschikken over minder cognitieve en adaptieve vaardigheden. Zij hebben meer dan anderen te maken met psychische aandoeningen en schuldenproblematiek en zijn oververtegenwoordigd in het strafrecht.

Een IQ-score zegt niet alles; een lijstje kenmerken van LVB alléén is niet genoeg om de communicatie te optimaliseren. Deze workshop draagt bij aan betere afstemming in de spreekkamer.

We concretiseren gezamenlijk een begrippenkader, via voorbeelden en tips uit de praktijk. Hoe? Kort, intensief maar ook speels, met actieve betrokkenheid van de deelnemers. Niet alleen praten en luisteren maar óók doen – wat meteen de eerste tip is. De workshop is geslaagd als u zich bewust bent van problemen die zich kunnen voordoen in afstemming op patiënten met LVB-problematiek en als dit vervolgens leidt tot betere communicatie.

  • Leonie de Bock, huisarts en ambassadeur kindermishandeling
  • Marianne Rosenveldt, huisarts en ambassadeur kindermishandeling

Deze workshop wijst u de weg in de nieuwe meldcode voor kindermishandeling en huiselijk geweld. Met waargebeurde casuïstiek oefent u een specifieke aanpak ‘meldcode als NHG-Standaard’ met onderzoek, expertconsultatie, en zo nodig insturen.

Het zijn problemen waarmee we in de spreekkamer liever niet te maken krijgen: kindermishandeling en huiselijk geweld. Huisartsen stellen deze diagnose maar weinig. Herkennen we het niet? Kijken we ervoor weg? Of vinden we het een hoop gedoe in de wirwar van hulpverlening en juridische aspecten?

Misschien wordt de aanpak van kindermishandeling een stuk gemakkelijker als we het net zo doen als bij elke andere ingewikkelde klacht: onderzoek, overleg met een specialist, en als het moet insturen. Maak gebruik van de meldcode alsof het een NHG-Standaard is.

Tijdens deze workshop nemen we u mee door de nieuwe en verbeterde meldcode, waarbij we gebruikmaken van waargebeurde casuïstiek. We geven u veel praktische tips.

Het hoeft niet moeilijk te zijn een verschil te maken voor een kind in een probleemsituatie!

  • Henriëtte van der Horst, hoofd afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde AmsterdamUMC, locatie VUmc
  • Dick Walstock, huisarts-docent en coördinator Innovatie en Onderwijs

In deze sessie praten we u bij over onderzoek naar SOLK, do’s en don’ts van communiceren in verschillende fasen van het zorgproces, en al dan niet verwijzen.

Goed communiceren vereist kunst en kunde: dat geldt zeker ook voor de communicatie met patiënten met SOLK. Wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van de arts-patiëntrelatie en de arts-patiëntcommunicatie heeft een aantal belangrijke aandachtspunten en aanwijzingen opgeleverd voor de communicatie met patiënten met SOLK.

Na een korte inleiding over wat dat onderzoek nu concreet heeft opgeleverd, illustreren we aan de hand van een viertal korte, interactieve filmfragmenten de do’s en do’nts van communiceren in de verschillende fasen van het zorgproces. U krijgt ruimschoots de gelegenheid om mee te denken en mee te praten.

We gaan in op de communicatie tijdens de exploratiefase en tijdens de fase van uitleg geven en een behandelplan opstellen. Ook het vraagstuk van al dan niet verwijzen naar een medisch specialist voor verder onderzoek komt aan bod. Na het volgen van de workshop heeft u een aantal concrete handvatten voor de aanpak van uw SOLK-consulten.

  • Nico Heesbeen, psychiater poli Complexe Lichamelijke Klachten

Als je bij complexe pijn medicatie wilt voorschrijven, zijn er alternatieven voor morfine. Deze workshop geeft u tools, tips en tricks voor bejegening en benadering, farmacotherapie en verwijsstrategieën als uw patiënt vraagt om opiaten wegens pijnklachten.

Misbruik van opioïde pijnstillers zoals oxycodon en morfine, hoe vaak komt dat voor? En wat kunnen huisartsen eraan doen? In Nederland is het aantal voorschriften van deze middelen sinds 2008 verdrievoudigd en gebruiken nu 439.000 mensen deze middelen. Geschat wordt dat 10-20% van de gebruikers hiervan afhankelijk wordt.

Voorschrijvers kunnen misbruik van en verslaving aan opioïde pijnstillers beperken door deze middelen alleen op goede indicatie voor te schrijven. Dat betekent in praktijk dat er geen indicatie is voor deze middelen bij neuropathische pijn en fibromyalgie. Verder kunnen screening op verslavingsgevoeligheid vooraf en monitoring hiervan tijdens het gebruik preventief werken, zoals inmiddels ook geadviseerd wordt vanuit het NHG.

In deze workshop krijgt u tools, tips en tricks toepasbaar binnen de huisartsenpraktijk om met deze uitdagende problematiek om te gaan op vlak van bejegening en benadering evenals farmacotherapie en verwijsstrategieën.

  • Arie de Jong, huisarts en gezondheidsjurist
  • Sjaak Nouwt, adviseur gezondheidsrecht KNMG

In deze workshop praten we u bij over gegevensuitwisseling bij complexe zorg, zoals: tegen wie mag u wat zeggen, en hoe handelt u bij een multidisciplinair overleg met niet-BIG-geregistreerden die niet onder uw verantwoordelijkheid vallen, en: mag ik een dossier vernietigen als een patiënt dat wenst?

Gegevens uitwisselen bij complexe zorg leidt vaak tot inertie en defensief gedrag bij huisartsen. Want tegen wie mag ik wat zeggen, tegen wie niet? Wie is de vertegenwoordiger van die patiënt; wat als er meer vertegenwoordigers zijn en zij niet allemaal hetzelfde willen? Hoe handelt u bij een multidisciplinair overleg waarbij ook de gemeente aan tafel zit, of andere niet-BIG-geregistreerden die niet onder uw verantwoordelijkheid vallen?

Wat gaat de nieuwe privacywet AVG in juli 2020 betekenen voor de digitale gegevensuitwisseling? Welke invloed heeft de AVG nu al op dossiervoering en uitwisseling van medische gegevens? Mag ik zomaar een dossier vernietigen als een patiënt dat wenst? Wat zijn mijn mogelijkheden om dat niet te doen, of om iets niet te verwijderen?

  • Sandra Beurskens, lector en hoogleraar Huisartsgeneeskunde

De meeste patiënten vinden het niet gemakkelijk om de eigen behandeldoelen te formuleren. In deze sessie leert u om met een individueel zorgplan samen met de patiënt zorgdoelen te bepalen.

Bij mensen met ingewikkelde problematiek pluis je samen uit wat er allemaal speelt en zoek je naar aangrijpingspunten die aansluiten bij wat voor deze patiënt belangrijk is. Helaas levert vragen naar wat voor iemand belangrijk is vaak geen concrete reactie op en het is voor de meeste patiënten niet gemakkelijk om de eigen behandeldoelen te formuleren.

Om de problematiek te ontrafelen en grip te krijgen op het geheel, is een individueel zorgplan een goed hulpmiddel, vooral wanneer meerdere zorgverleners bij eenzelfde patiënt betrokken zijn. In het zorgplan zijn de doelen vastgelegd die de patiënt zelf wil bereiken en de zorgafspraken om tot die doelen te komen. Verschillende modellen, zoals de International Classification of Functioning, Positieve Gezondheid en SFMPC bieden een kapstok om het doelen stellen te structureren.

Maar hoe komt u als huisarts met uw patiënt, binnen de beperkte tijd van het spreekuur, van de modellen tot concrete doelen? Wat is de meerwaarde van werken met doelen? Voor welke patiënten is doelen stellen een uitkomst en voor wie niet? In deze workshop bespreken we een aantal do’s en don’ts bij doelen stellen. U maakt kennis met verschillende tools om het gezamenlijk stellen van doelen te vergemakkelijken. Daarbij ervaart u wat u er wel, maar ook wat u er niet mee kunt.

  • Claire Loots, huisarts en oprichter Geneeskeuze en Leading Doctors
  • Marco Philipoom, psycholoog en intervisiebegeleider huisartsen

Via het Job Demands en Resources-model, korte oefeningen en reflectievragen onderzoekt u hoe u een begin maakt met een zelfzorgplan en krijgt u een beter in beeld van de beschikbare ondersteuning.

Als huisarts draag je een grote verantwoordelijkheid in een veeleisende en snel veranderende omgeving. Patiënten doen continu een beroep op je; de zorg wordt steeds complexer. Het werk is nooit klaar, er liggen altijd nieuwe problemen op de loer. Hoe houd je in deze context zelf het roer in handen? Hoe draag je je verantwoordelijkheid en blijf je tegelijkertijd gemotiveerd en veerkrachtig?

Wat kun je doen als het even niet meer gaat? Tijdens deze workshop bekijkt u aan de hand van het Job Demands en Resources-model deze vragen. Met korte oefeningen en reflectievragen onderzoekt u hoe u het model kunt toepassen in de waan van alledag. Na deze workshop heeft u een begin gemaakt met een zelfzorgplan en heeft u een beter in beeld van welke vormen van ondersteuning er beschikbaar zijn.

  • Esma Nadi, huisarts
  • Saïda Aoulad Baktit, islamitisch geestelijk verzorger en intercultureel consulent

In deze interactieve workshop leert u waarop u kunt letten in uw communicatie, houding en adviezen, om ook bij migranten de palliatieve zorg tot een dankbare taak te maken.

In Nederland wonen zo’ n 2 miljoen mensen met een niet-westerse achtergrond. De kans is groot dat zij, afhankelijk van uw praktijkpopulatie, dagelijks of wekelijks uw spreekuur bezoeken. Door de vergrijzing en de toegenomen migratie krijgt u steeds vaker  te maken met palliatieve zorg bij deze groep.

De palliatieve fase is bij uitstek een fase waarin medisch handelen en culturele en religieuze waarden samenkomen. Etnische en religieuze minderheden kunnen soms een ander waardensysteem hanteren  bij medisch-ethische dilemma’s dan u en kunnen een andere invulling geven aan wat goede zorg inhoudt.

Welke verschillen kunt u zoal verwachten? Welke dilemma’s of knelpunten komt u tegen, en hoe gaat u daarmee om? Wat zijn de verwachtingen vanuit het oogpunt van patiënt en familie? Hoe communiceert u op maat? Zijn patiënten liever gekwetst door de waarheid dan getroost door leugens? Hoe behoudt u een empathische houding bij tegenstrijdige belangen?

  • Jacqueline de Groot, specialist ouderengeneeskunde
  • Irene van Rijn, huisarts

In deze sessie leert u hoe u verantwoord zorg kunt leveren in WLZ-huizen: wat is uw rol, wat die van de specialist ouderengeneeskunde (SO), hoe zit het met de financiering en over welke competenties dient u te beschikken?

Het aantal particuliere huizen waar men zorg levert zorg vanuit de wet langdurige zorg (WLZ), neemt snel toe. Huisartsen wordt gevraagd daar de zorg te leveren. Ze kunnen prima de medische zorg leveren in deze zogeheten WLZ-huizen, als voldaan wordt aan een aantal voorwaarden.

In deze sessie maken een huisarts en een specialist ouderengeneeskunde u wegwijs in het leveren van deze zorg, die valt onder ‘bijzonder aanbod’ van huisartsen. Hoe zit het nou met die WLZ (wet langdurige zorg) in huizen geleverd vanuit een persoonsgebonden budget (PGB) of zorg in natura (ZIN)? Wat is de rol van de huisarts, wat van de SO? Wat zijn de randvoorwaarden en hoe is de taakverdeling? Hoe zit het met de financiering? Over welke competenties moet een huisarts beschikken om deze zorg adequaat en op niveau te kunnen leveren?

We geven u praktische handvatten en vooral veel tips over hoe huisartsen deze zorg goed en verantwoord kunnen bieden en hoe ze bij kan dragen aan het leef- en werkplezier van alle betrokkenen.